Interview Rande Cook

Door Roza van der Veer

Een dondervogel blikt vanaf de acht meter hoge totempaal naar de bezoekers. De vogel met zijn vurige ogen maakt onderdeel uit van de familiegeschiedenis van Rande Cook. De meesterhoutsnijder van de Kwakwaka’wakw Indianen maakte uit een reusachtige rode ceder een totempaal voor de nieuwste tentoonstelling van Museum Volkenkunde Het verhaal van de Totempaal. Een geschenk voor de wereld, passend in de traditie van de Kwakwaka’wakw Indianen.

Totempaal als naambordje

Een naambordje hebben de Kwakwaka’wakw Indianen niet nodig. De totempalen geven aan tot welke familie je hoort. Rande Cook heeft de dondervogel van zijn vader gekregen, de orka van zijn moeder. De dondervogel symboliseert vuur en lucht, de orka water. De man op de achterkant van de paal staat voor de aarde. ,,Hij is de vredestichter. De dondervogel staat voor kracht en de orka voor eenheid en samenwerking. De vier elementen, samen op een totempaal. Mijn geschenk aan de wereld waar iedereen wat van mag meenemen.’’ Want ook dat hoort bij de traditie van de Kwakwaka’wakh Indianen: het schenken van cadeaus aan gasten en vrienden. Als dankbaarheid dat ze tijd voor je wilden vrijmaken en om te zorgen dat ze je later nog herinneren.

Een boom selecteren met een medicijnman

Rande Cook heeft voor zijn totempaal gebruik gemaakt van een enorme rode ceder uit het Noordwesten van Canada. Ook al heeft hij van zijn grootvader, ’een grote chief’, geleerd dat een boom eigenlijk samen met een medicijnman uit het bos wordt geselecteerd en pas na dankzegging aan moeder aarde mag worden gekapt, deze boom heeft hij uit een complete scheepslading met bomen gehaald. ,,We hadden twee maanden de tijd om de totempaal te maken en ik had nog geen boom. Ik ben naar een houthakkersbedrijf gegaan. In een enorme lading boomstammen zaten twee rode cederbomen. Eentje was waardeloos en eentje was perfect. Het was alsof ik de heilige graal had gevonden, zo voelde het. We hebben hem later traditioneel gezegend.’’

Met kettingzagen werd het grove werk aan de totempaal gedaan. Een noodzaak gezien de enorme tijdsdruk waar Rande Cook mee had te kampen. Daarna kon hij, en zijn drie collega-houtsnijders, met het traditionele Indiaanse gereedschap aan de slag. Met speciale messen is het hout weggekapt waardoor de totempaal een gekerfd oppervlakte heeft gekregen. ,,Een hele speciale techniek die je alleen na heel veel oefening beheerst. Ik ben hiervoor jaren bij een meesterhoutsnijder in de leer geweest.’’ De verf van de totempaal komt van een Nederlandse verffabriek maar de kleuren zijn traditioneel. ,,Rood en zwart zijn heilig. Het lichtblauw en lichtgroen werd vroeger al uit mineralen gehaald en zie je terug op originele totempalen. Die kleuren gebruiken wij ook maar we laten ook veel van het cederhout zien.’’ Traditie is ook dat al het gekapte hout wordt gebruikt. De schors, de resterende stukken hout: alles krijgt een bestemming. Maskers en manden worden ervan gemaakt, geen snipper hout wordt verbrand.

Ieder zijn eigen totempaal

De totempaal met de dondervogel en de orka vertelt het verhaal van de familie van Rande Cook. Beide symbolen komen uit de mythologie van de Kwakwaka’wakw Indianen. De Indianen geloven dat de mensen na de vloed hulp kregen van God om de aarde weer bewoonbaar te maken. Dieren als de dondervogel en de orka transformeerden tot mens en kwamen families te hulp met bijvoorbeeld het bouwen van een huis. ,,Ik mag alleen deze dieren gebruiken voor een totempaal zodat elke Kwakwaka’wakw Indiaan weet tot welke familie ik hoor. De orka en de dondervogel sieren ook mijn traditionele kleding en dekens die eveneens in het Leidse museum zijn te zien. Ik heb met deze symbolen een eigen totempaal gemaakt, maar de inspiratie komt wel van de eeuwenoude familiepaal.’’

Rande Cook als voorbeeld

Rande Cook is een gevierd kunstenaar die naast de traditionele Indiaanse kunst ook modern werk maakt. Hij exposeerde in Italië met sieraden en recent in New York. Hij moest in zijn agenda echt tijd vrijmaken voor de Leidse totempaal waarvoor verschillende meesterhoutsnijders solliciteerden. Rande Cook werd tot zijn grote vreugde uitverkoren. Voor hem is het een buitenkans om de wereld kennis te laten maken met zijn volk, de Kwakwaka’wakw Indianen, hun cultuur maar ook hun geschiedenis.

De 35-jarige Rande Cook groeide op in Alert Bay op Cormonant Island, één van de vele eilanden aan de noordkant van het grotere Vancouver van Canada. Zijn vader was een visser, zijn moeder sociaal werker. Rande bracht als jongetje veel tijd door met zijn grootvader Gus Matilpi. Van hem leerde hij de Kwakwaka’wakw-taal, tradities en spelletjes. ,,Met hem ving ik vogels en dieren en leerde ik de traditionele tekeningen.’’ Zijn ouders kenden deze tradities minder goed omdat zij tot de generatie behoorden die nog te lijden had onder de repressie van de Indianen door de Canadese overheid.

,,Sinds 1880 is geprobeerd om de Indiaanse cultuur te vernietigen. Indiaanse kinderen werden bij hun ouders weggehaald en op kostscholen gedaan. Hun haren werden afgeknipt en het spreken van de Kwakwaka’wakw- taal werd bestraft met slaag. Door het verdwijnen van de kinderen uit de dorpen, trokken ook de ouders weg. Veel vrouwen probeerden met blanke Canadezen te trouwen zodat hun kinderen toekomst hadden. Gevolg is wel dat de taal bijna verdwenen was en veel tradities ook’’, aldus Rande Cook.

Doordat sommige Kwakwaka’wakw Indianen in de wintermaanden zeer geïsoleerd woonden en door het slim gebruiken van de christelijke festiviteiten, werden tradities toch doorgegeven. ,,Bijeenkomsten waren verboden maar gezamenlijk Kerstmis vieren niet. Dus werd onder de kerstboom het Indiaanse feest gevierd. Als de politie op de stoep stond, werd alles in kerstcadeaupapier verpakt.’’

Discriminatie en onderdrukking

De repressie door de overheid van de Kwakwaka’wakw behoort tot het verleden. De discriminatie daarentegen bestaat nog. Rande Cook weet dat nog uit zijn eigen schooltijd. ,,Ik moest voor de middelbare school naar Vancouver Island en later naar de universiteit. Ik ben bij een tante gaan wonen die mij leerde om mijn best te doen op school en hard te werken. Ik ben vrij blank dus zag men niet dat ik ’native’ was. Ik leerde kijken door ’witte’ ogen en hoorde de opmerkingen over ’vuile Indianen’. Als ik dan zei dat ik ook een ’native’ was, schrokken ze.’’

De schade door de jarenlange onderdrukking van de Indiaanse cultuur is nog niet gerepareerd. Inmiddels proberen goed opgeleide Indianen met eigen scholen kinderen weer de eigen taal en gebruiken bij te brengen. Rande Cook: ,,Generaties Indianen zijn opgegroeid in kostscholen, ze hebben geen gezinsleven gehad. Mijn eigen vader kan ook moeilijk knuffelen en zijn liefde laten zien. Veel kinderen krijgen die liefde en geborgenheid op school.’’

Zelf kreeg hij veel aandacht van zijn grootvader. Rande was de eerste kleinzoon. ,,Hij leerde mij de Indiaanse tradities als respect en gastvrijheid. Ik wil met mijn werk ook een voorbeeld zijn voor al die Indiaanse kinderen die dromen van een betere toekomst. Zelf was ik ook een dromer en dat is allemaal uitgekomen door hard te werken.’’

Zijn eigen kinderen probeert hij met de Indiaanse tradities op te voeden. ,,Ze zijn nog klein, 3,5 en zes weken, maar ik probeer ze de taal te leren. Dat is moeilijk, de taal was bijna dood en ik heb het alleen van grootvader geleerd. We gaan ook veel naar hem toe op het Cormonant Island. Ik wil mijn kinderen echter ook de wereld laten zien en werk zelf als kunstenaar. Dat gaat makkelijker als ik niet op het eiland woon. Binnenshuis zijn we Indianen.’’